Augustus 2026
36.000 IT'ers erbij, en toch koelt de markt af
Het aantal IT-vacatures daalt, de werkloosheid onder IT'ers stijgt en toch groeit het aantal mensen in een IT-beroep sneller dan in enig ander beroep.
Samenvatting
De Nederlandse IT-arbeidsmarkt koelt af sinds 2023. Toch groeide het aantal werkenden in IT-beroepen in het tweede kwartaal van 2026 met 36.000 op jaarbasis, de sterkste stijging van alle beroepsgroepen. Die cijfers spreken elkaar niet tegen: de markt normaliseert na een uitzonderlijke piek, maar het knelpunt is verschoven van aantal naar aansluiting. In 2024 lukte het 63% van de bedrijven die IT-personeel zochten niet om alle vacatures te vullen.
Wie de Nederlandse IT-arbeidsmarkt in 2026 beschrijft met een enkel cijfer, kiest onvermijdelijk het verkeerde. De drie meest genoemde indicatoren wijzen namelijk drie kanten op.
Drie cijfers die elkaar lijken tegen te spreken
In het vierde kwartaal van 2025 stonden er bijna 18.800 IT-vacatures open, een aantal dat sinds 2023 daalt. In februari 2026 hadden ruim 6.200 IT'ers een WW-uitkering, een aantal dat sinds begin 2023 snel stijgt. En in het tweede kwartaal van 2026 kwamen er 36.000 werkenden in IT-beroepen bij op jaarbasis, de sterkste stijging van alle beroepsgroepen.
Het aantal vacatures daalt en de werkloosheid stijgt. Dat wijst op een ruimere markt. Tegelijk groeit de werkgelegenheid in IT-beroepen harder dan in welke andere beroepsgroep ook. Dat wijst op het omgekeerde.
Beide zijn waar. De werkgelegenheid groeit door, alleen niet meer in het tempo van 2021 en 2022. Wat verdween is niet de vraag, maar de vanzelfsprekendheid waarmee die vraag werd ingevuld.
Wat er is afgekoeld
Tussen het eerste kwartaal van 2021 en het derde kwartaal van 2022 groeide de IT-werkgelegenheid hard, gedreven door digitalisering en automatisering. Eind 2022 stokte die groei. In 2023 daalde het aantal werkenden in de sector licht, begin 2025 volgde opnieuw een daling en in de tweede helft van 2025 trok het weer aan.
Het scharnierjaar is 2024. In dat jaar daalde het aantal IT-vacatures met 13% en steeg het aantal IT'ers met een WW-uitkering met 22%. Twee bewegingen in tegengestelde richting, in hetzelfde jaar, in dezelfde beroepsgroep.
UWV noemt drie oorzaken voor de stijgende werkloosheid: reorganisaties bij werkgevers met veel IT-personeel, waaronder banken en vaak samenhangend met investeringen in AI, een toename van faillissementen in 2023 en 2024, en een stijgende arbeidsproductiviteit waardoor hetzelfde werk met minder mensen af komt. ING wijst daarnaast op economische tegenwind.
De samenstelling van de werkloosheid veranderde mee. Waar de WW-instroom vanuit IT-beroepen eerder vooral 50-plussers betrof, komen er sinds 2023 meer IT'ers tussen 27 en 50 jaar bij. Dat is geen randverschijnsel aan het einde van een loopbaan, maar een verschuiving in het midden ervan.
Waarom vacatures toch moeilijk te vullen blijven
Als de markt ruimer wordt, zou vervullen makkelijker moeten worden. Dat gebeurt maar gedeeltelijk. Van de Nederlandse bedrijven die in 2024 IT-specialisten zochten, hield 63% een of meer vacatures moeilijk vervulbaar. In 2022 was dat 70%, in 2018 69%. De daling is echt, maar bescheiden naast een vacaturedaling die veel steiler was.
De markt is ruimer geworden zonder makkelijker te worden. Dat verschil is precies waar werving over gaat.
De redenen die werkgevers zelf opgeven, verklaren waarom. Van de Nederlandse bedrijven noemt 56% te weinig sollicitaties, tegen 43% in de EU. Ontbrekende IT-kennis wordt door 51% genoemd tegen 42% in de EU, ontbrekende werkervaring door 41% tegen 41%, en salarisverwachting door 39% tegen 42%.
Nederland wijkt op twee punten af van het Europese gemiddelde. Te weinig sollicitaties wordt hier veel vaker genoemd, en ontbrekende IT-kennis ook. Op salarisverwachtingen scoort Nederland juist lager dan de EU. Het probleem is dus zelden dat de kandidaat te duur is. Het probleem is dat de kandidaat niet reageert, of reageert zonder de gevraagde kennis.
De tweedeling
De afkoeling raakt niet iedereen gelijk. De vraag naar ervaren specialisten blijft groot, terwijl startersposities onder druk staan. Juist dat verschil maakt de huidige cijfers misleidend.
De vraag verschuift naar specialistische profielen: cloud, cybersecurity, data en AI. Generieke IT-rollen verliezen terrein. Daardoor ontstaat een mismatch die met meer aanbod niet vanzelf verdwijnt.
AI en automatisering raken vooral startersbanen. Tegelijk loopt de instroom in IT-opleidingen terug. Die twee bewegingen versterken elkaar. Als bedrijven scherper op ervaring selecteren, krijgen junioren minder kansen om die ervaring op te doen, en over enkele jaren ontbreekt de laag die dan ervaren had moeten zijn.
Wie alleen op senioriteit stuurt, wint vandaag snelheid en verliest morgen capaciteit.
Waar de IT-banen werkelijk zitten
Eind 2025 telde Nederland ongeveer 575.000 werkenden in IT-beroepen. Daarvan werkt 38% in de sector informatie en communicatie. De overige 62% werkt bij zakelijke dienstverleners, de overheid, de industrie en de detailhandel.
Dat is een van de meest onderschatte cijfers over deze markt. Een werkgever die zijn concurrentie om IT-personeel afbakent tot softwarebedrijven, kijkt naar iets meer dan een derde van het speelveld. Een recruiter die alleen IT-bedrijven belt, doet hetzelfde.
In 2013 werkten 282.000 mensen in een IT-beroep, in 2025 waren dat er 562.000 volgens de beroepenindeling van het CBS. Een verdubbeling in twaalf jaar, de sterkste groei van alle dertien beroepsklassen.
Nederland in Europees perspectief
De vacaturegraad in de Nederlandse sector informatie en communicatie stond in het tweede kwartaal van 2025 op 5,1%. Het EU-gemiddelde lag op 2,4%, Duitsland op 3,0%. Alleen Belgie zit met 5,2% op hetzelfde niveau.
Ook op moeilijk vervulbare IT-vacatures scoort Nederland hoog: 63% tegenover 58% in de EU. Alleen Duitsland ligt hoger met 72%. Noorwegen vormt de andere kant van het spectrum met 31%.
Wat dit betekent voor werving in 2026
- Wachten op sollicitaties werkt niet. Te weinig sollicitaties is de meest genoemde reden dat een IT-vacature blijft staan. Een advertentie bereikt de groep die niet zoekt per definitie niet.
- Ruimte in de markt zit in het midden van loopbanen. De WW-instroom verschoof naar 27 tot 50 jaar. Dat is de groep met ervaring die drie jaar geleden nauwelijks beschikbaar kwam.
- Zoek buiten de IT-sector. 62% van de IT-professionals werkt bij werkgevers die zichzelf niet als IT-bedrijf zien.
- Salaris is niet de belangrijkste rem. Nederlandse werkgevers noemen salarisverwachtingen minder vaak dan het EU-gemiddelde. Een aanbod strandt vaker op kennis en ervaring dan op geld.
Verantwoording
Cijfers over vacatures, WW-uitkeringen en sectorverdeling komen van UWV, met peilmomenten in het vierde kwartaal van 2025 en februari 2026. Cijfers over werkenden per beroepsgroep komen van CBS StatLine, peilmoment tweede kwartaal 2026. De jaarcijfers over 2024 en de tweedeling in de markt komen uit de sectoranalyse van ING van april 2026. Vacaturegraad en moeilijk vervulbare IT-vacatures komen van Eurostat, datasets jvs_q_nace2 en isoc_ske_itrcrn2.
CBS en UWV komen tot licht verschillende totalen voor het aantal IT'ers, 562.000 tegenover 575.000. Dat verschil komt voort uit afwijkende peilmomenten en definities. Beide cijfers zijn hier vermeld bij de bron waar ze vandaan komen.
Bronnen
- CBS StatLine, CC BY 4.0
- UWV arbeidsmarktinformatie
- ING sectoronderzoek
- Eurostat, CC BY 4.0
Open publicatie van IPMERC Research. Vrij te gebruiken met bronvermelding.