Augustus 2026
Cloud bij zeven op de tien, ICT-specialist bij drie
Nederlandse bedrijven staan tweede in de Europese Unie met bedrijfsdata bij een cloudaanbieder. Slechts 29,7% heeft een ICT-specialist in dienst.
Samenvatting
In 2024 kocht 71,0% van de Nederlandse bedrijven met tien of meer werknemers betaalde clouddiensten in. In datzelfde jaar had 29,7% van die bedrijven een ICT-specialist in dienst. In 2025 draaide 55,4% van de Nederlandse bedrijven een database of bestandsopslag bij een cloudaanbieder, tegen 24,0% in de Europese Unie als geheel, en alleen Denemarken zit daarboven met 55,5%. Migratie weg bij die diensten is ICT-werk. Van de Nederlandse bedrijven die in 2024 een ICT-specialist zochten, hield 63,1% een vacature over die niet ingevuld raakte, en de meest genoemde oorzaak was dat er niemand solliciteerde. Toen de Autoriteit Consument en Markt 420 zakelijke cloudgebruikers ondervroeg, bleek dat 172 van hen ooit hebben geprobeerd van aanbieder te wisselen. Bij 52 daarvan lukte het niet, oftewel 30,2% van alle pogingen. Van de bedrijven bij wie het wel lukte, deed 52,5% dat met een tussenpartij.
Waar de beperking zit
De vraag of Nederlandse bedrijven weg kunnen bij de Amerikaanse cloud wordt meestal gesteld als een inkoopvraag: welke Europese aanbieder is er, wat kost die, en hoe lang loopt het contract nog. Dat is de verkeerde vraag. De beperking is personeel.
In 2024 kocht 71,0% van de Nederlandse bedrijven met tien of meer werknemers betaalde clouddiensten in. In datzelfde jaar had 29,7% van diezelfde groep een ICT-specialist in dienst. Zeven op de tien kochten dus clouddiensten in zonder iemand met ICT-specialistenkennis in dienst.
Waar de afhankelijkheid zit
Het kale adoptiecijfer verhult het probleem, want daarin telt een bedrijf dat e-mail afneemt even zwaar mee als een bedrijf dat zijn productiedatabase in het datacenter van een ander laat draaien. Voor een exit is die tweede laag bepalend.
In 2025 had 55,4% van de Nederlandse bedrijven met tien of meer werknemers een database of bestandsopslag bij een cloudaanbieder ondergebracht. Voor de Europese Unie als geheel was dat 24,0%. Alleen Denemarken staat hoger, op 55,5%. Op cloudbeveiligingssoftware staat Nederland vierde van de 27 lidstaten met 55,7%, op ontwikkelplatformen vierde met 24,3%, en op ingekochte rekenkracht zesde met 26,3%.
Op het kale adoptiecijfer staat Nederland zevende van de 27, met 68,5% tegen een Europees gemiddelde van 52,7%. Nederlandse bedrijven zijn dus niet uitzonderlijk in dat ze cloud afnemen. Ze zijn uitzonderlijk in hoeveel bedrijfsdata ze erin zetten.
Bedrijfsgrootte verschuift het beeld maar haalt het niet weg. Bij Nederlandse bedrijven met 250 of meer werknemers kocht 90,8% in 2025 betaalde clouddiensten in, en had 84,3% in 2024 een ICT-specialist in dienst: een gat van 6,5 procentpunt. Bij bedrijven met tien tot 49 werknemers ging het om 64,5% tegen 21,8%, een gat van 42,7 procentpunt. De blootstelling zit het diepst bij de bedrijven met de minste eigen ICT-mensen.
Wie het zou moeten doen
Nederland heeft geen gebrek aan ICT-mensen in absolute zin. In 2025 werkten hier 708.800 ICT-specialisten, 7,2% van alle werkenden, tegen 5,0% in de Europese Unie. Alleen Zweden en Finland scoren hoger. Tien jaar eerder waren het er 414.400.
Het probleem zit in de werving. In 2024 zocht 15,3% van de Nederlandse bedrijven met tien of meer werknemers een ICT-specialist, tegen 9,55% in de Europese Unie. Van die zoekende bedrijven hield 63,1% een vacature over die niet ingevuld raakte. Europees was dat 57,5%.
De meest genoemde oorzaak was niet het geld. Het uitblijven van sollicitaties werd genoemd door 8,60% van alle Nederlandse bedrijven, het op een na hoogste aandeel van de 27 landen die deze uitsplitsing publiceren, na Malta met 10,4%. Daarna kwamen ontbrekende kwalificaties met 7,77%, ontbrekende werkervaring met 6,23%, en pas als laatste te hoge salariseisen met 5,95%.
Wat er gebeurt als bedrijven het toch proberen, is gemeten. De Autoriteit Consument en Markt ondervroeg 420 zakelijke cloudgebruikers. Van hen hebben 172 ooit geprobeerd van aanbieder te wisselen: bij 120 lukte dat, bij 52 niet. Dat is 30,2% van alle pogingen. Van de bedrijven die wel overstapten, schakelde 52,5% een tussenpartij in, gaf 53,3% aan dat de aanbieder die ze verlieten het moeilijk maakte, en zei 50,9% dat de overstap de bedrijfsprocessen heeft vertraagd of anderszins in de weg heeft gezeten. Iets meer dan de helft stapte over naar een Europese aanbieder.
Dat percentage van 52,5 is het kerncijfer. Waar een migratie plaatsvond, werd de ICT-capaciteit vaker ingehuurd dan zelf geleverd.
Wat ertegen pleit
Drie dingen spreken het bovenstaande tegen, en die horen erbij.
Ten eerste is de ICT-arbeidsmarkt ontspannen, niet verkrapt. Het vacaturepercentage in de Nederlandse sector telecommunicatie, computerprogrammering, advies en computerinfrastructuur daalde van 8,2% in het tweede kwartaal van 2022 naar 5,1% in het tweede kwartaal van 2026. Voor de hele Nederlandse economie daalde het in dezelfde periode van 5,1% naar 4,1%. ICT is nog steeds krapper dan gemiddeld, maar met een kleinere marge dan destijds: 1,6 keer het landelijke cijfer in 2022, 1,2 keer in 2026. Een tekort aan vacatures is niet de beperking. Vacatures die niet gevuld raken wel.
Ten tweede is de Nederlandse wervingsmoeite juist afgenomen. Het aandeel zoekende bedrijven met een onvervulbare vacature zakte van 70,4% in 2022 naar 63,1% in 2024. In 2020 was het 70,1%. 2024 is dus de beste van de drie meetjaren, geen verslechtering.
Ten derde is het overstaponderzoek uitgevoerd tussen 3 december 2024 en 13 januari 2025, en de toezichthouder zegt daar zelf bij dat de geopolitieke ontwikkelingen sindsdien de uitkomsten kunnen hebben beinvloed. De cijfers beschrijven hoe moeilijk overstappen was voordat bedrijven er een politieke reden voor hadden. Of de vraag daarna is gestegen, kan deze data niet beantwoorden.
Er zit ook een oneffenheid in de cloudreeks zelf. De Nederlandse adoptie stond op 71,0% in 2024 en op 68,5% in 2025, de eerste daling in de reeks. Een enkele meting is geen trend, en het staat hier vermeld in plaats van weggepoetst.
De enige gecontroleerde casus
Bedrijven publiceren hun cloudafhankelijkheid niet, dus de enige Nederlandse organisatie waarvan de positie van binnenuit is geteld, is de rijksoverheid.
In januari 2025 rapporteerde de Algemene Rekenkamer 1.588 clouddiensten bij de ministeries. Daarvan waren er 700 public cloud, 477 private of hybride, en bij 411 diensten, 26% van het totaal, wist het ministerie niet om welke vorm het ging. Van die 700 public clouddiensten waren er 126 aangemerkt als materieel voor een primaire taak, zoals belastinginning of visumverlening. Bij 84 van die 126, oftewel 67%, was geen risicoafweging gemaakt voordat tot public cloud werd besloten. Meer dan de helft van de materiele public clouddiensten wordt ingekocht bij Amazon, Microsoft en Google.
De marktstructuur daarachter is niet nieuw. In haar marktstudie uit 2022 stelde de Autoriteit Consument en Markt vast dat Microsoft Azure en Amazon Web Services elk 35 tot 40% van de infrastructuur- en platformlaag in handen hebben, in Nederland en in Europa, en dat de overstapdrempels tegelijk organisatorisch, juridisch en financieel zijn.
Wat dit in de praktijk betekent
- Reken een exit door in mensen, niet in licenties. Het verplaatsen van een gehoste database of een ontwikkelplatform is een engineeringproject met een doorlooptijd, en de Nederlandse bedrijven die zoiets afrondden kochten die capaciteit meestal in.
- De beperking zit bij sollicitanten, niet bij het budget. In 2024 noemden meer Nederlandse bedrijven het uitblijven van sollicitaties dan te hoge salariseisen. Een hoger bod maakt geen kandidatenstroom.
- Het gat is het breedst bij kleine bedrijven. Tussen tien en 49 werknemers koopt 64,5% cloud in en heeft 21,8% een ICT-specialist in dienst. Voor een bureau is dat het segment met het grootste gat tussen afhankelijkheid en eigen personeel.
- De koelere markt is een opening, geen oplossing. Het vacaturepercentage in ICT staat op het laagste punt sinds 2022, dus kandidaten zijn beter bereikbaar dan toen, en toch vulde 63,1% van de zoekende bedrijven de rol niet in.
- Behandel een uitgesproken exitplan als een meerjarige wervingsverplichting of als een meerjarige inhuurverplichting. Voor de tussenweg biedt deze data geen steun.
Methode en bronnen
De bedrijfscijfers komen uit het Eurostat-onderzoek naar ICT-gebruik bij bedrijven, en betreffen bedrijven met tien of meer werkzame personen in NACE Rev. 2 activiteiten C10 tot S951, exclusief de financiele sector. Cloudadoptie komt uit isoc_cicce_use, referentiejaren 2021, 2023, 2024 en 2025. Bedrijven met ICT-specialisten in dienst komt uit isoc_ske_itspen2 en isoc_ske_itspe, referentiejaar 2024. Werving en moeilijk vervulbare vacatures komen uit isoc_ske_itrcrn2, referentiejaar 2024.
Twee referentiejaren lopen onvermijdelijk door elkaar. Het cloudonderzoek publiceerde zowel een meting over 2024 als over 2025; de modules over ICT-specialisten en werving zijn tweejaarlijks en stoppen bij 2024. Waar een Nederlands cloudcijfer naast een Nederlands personeelscijfer staat, komen beide uit 2024. Waar een Nederlands cloudcijfer met andere landen wordt vergeleken, is 2025 gebruikt, omdat dat het enige jaar met volledige dekking is.
Alle 27 lidstaten rapporteren de cloudindicatoren over 2025. Frankrijk ontbreekt in de indicator over moeilijk vervulbare ICT-vacatures over 2024, en Ierland en Italie publiceren de uitsplitsing naar oorzaken niet, zodat die rangschikking 27 rapporterende landen omvat in plaats van de volledige set.
Vacaturepercentages komen uit Eurostat jvs_q_r21, niet gecorrigeerd, NACE Rev. 2.1. Onder die indeling is de ICT-sector sectie K: telecommunicatie, computerprogrammering, advies, computerinfrastructuur en overige informatiedienstverlening. Dat is niet dezelfde afbakening als sectie J onder NACE Rev. 2, waar uitgeverijen en omroep naast computerdiensten stonden. Cijfers onder de twee indelingen mogen niet als doorlopende reeks worden gelezen. Er zijn steeds tweede kwartalen met tweede kwartalen vergeleken.
Aantallen ICT-specialisten komen uit Eurostat isoc_sks_itspt, referentiejaren 2015, 2020 en 2025.
De overstapcijfers komen uit het onderzoek Data Act Cloud van de Autoriteit Consument en Markt, kenmerk ACM/25/197283, gedateerd 8 april 2026. De steekproef bestaat uit 420 zakelijke cloudgebruikers, geworven via een panel en globaal verdeeld naar de Nederlandse bedrijvenverdeling: 10 bij een grootbedrijf, 90 bij een middelgroot bedrijf, 120 bij een kleinbedrijf en 200 bij een microbedrijf. De dataverzameling liep van 3 december 2024 tot 13 januari 2025. Het rapport merkt zelf op dat de geopolitieke ontwikkelingen sindsdien de uitkomsten kunnen hebben beinvloed, en dat voorbehoud geldt voor elk gebruik van die cijfers hier. De marktaandelen komen uit de marktstudie clouddiensten van dezelfde toezichthouder uit 2022, kenmerk ACM/INT/440323.
De overheidscijfers komen uit het rapport Het Rijk in de cloud van de Algemene Rekenkamer, gepubliceerd op 15 januari 2025.
Een bron is bekeken en weggelaten. De experimentele Eurostat-statistieken over online vacatureteksten, isoc_sk_oja1 en isoc_sk_oja3, melden voor Nederland een daling van 74,6% op jaarbasis in het eerste kwartaal van 2026 en van 55,1% in het vierde kwartaal van 2025. Die bewegingen zijn niet te rijmen met een vacaturepercentage dat over dezelfde kwartalen vlak bleef op 5,1 tot 5,3%. De reeks is daarom behandeld als getroffen door een verandering in de dataverzameling, en geen enkele bewering hier rust erop.
Eurostat-data is gepubliceerd onder CC BY 4.0.
Bronnen
- Eurostat, ICT usage in enterprises, CC BY 4.0
- Eurostat, job vacancy statistics, CC BY 4.0
- Autoriteit Consument en Markt, Data Act Cloud
- Autoriteit Consument en Markt, marktstudie clouddiensten
- Algemene Rekenkamer, Het Rijk in de cloud
Open publicatie van IPMERC Research. Vrij te gebruiken met bronvermelding.