We use only the cookies needed to run the site and keep you signed in. No analytics, no advertising. Your answer covers anything optional we add later.

Cookie statement
IPMERC Research

Augustus 2026

In de bouw ging de vacaturegraad van 7,5% naar 7,4%

De arbeidsmarkt koelde sinds 2022 overal af, behalve in de sectoren waar het werk niet kan wachten.

Samenvatting

Tussen medio 2022 en medio 2025 daalde de Nederlandse vacaturegraad van 5,1% naar 4,2%. Dat gemiddelde verbergt het eigenlijke verhaal. In ICT zakte de graad van 8,2% naar 5,1%, in handel en horeca van 6,6% naar 4,7%. In de bouw ging hij van 7,5% naar 7,4% en in de zorg van 4,4% naar 4,3%. Twee sectoren koelden vrijwel niet af, en dat zijn precies de sectoren waar productie niet uitgesteld of geautomatiseerd kan worden.

Er wordt sinds 2023 veel geschreven over een afkoelende arbeidsmarkt. Dat klopt, en het is misleidend. De afkoeling is namelijk zeer ongelijk verdeeld, en in twee grote sectoren heeft ze feitelijk niet plaatsgevonden.

Wat het gemiddelde verbergt

De vacaturegraad meet het aantal openstaande vacatures per 100 arbeidsplaatsen. Voor het hele Nederlandse bedrijfsleven daalde die van 5,1% in het tweede kwartaal van 2022 naar 4,2% in het tweede kwartaal van 2025. Een daling van bijna een vijfde.

Per sector ziet het er heel anders uit. Deze cijfers zijn beide tweede kwartaal, dus zuiver vergelijkbaar zonder seizoenseffect.

  • Informatie en communicatie: van 8,2% naar 5,1%
  • Handel, vervoer en horeca: van 6,6% naar 4,7%
  • Financiele dienstverlening: van 5,7% naar 4,1%
  • Specialistische zakelijke diensten: van 6,6% naar 5,3%
  • Industrie: van 5,1% naar 4,0%
  • Vervoer en opslag: van 4,9% naar 3,8%
  • Zorg: van 4,4% naar 4,3%
  • Bouw: van 7,5% naar 7,4%

De ICT-sector leverde 3,1 procentpunt in. De bouw leverde 0,1 procentpunt in. Dat is geen gradueel verschil, dat is een ander verhaal.

De bouw is nu de krapste markt van Nederland

Met 7,4% staan er in de bouw ruim 7 openstaande vacatures tegenover elke 100 arbeidsplaatsen. Dat is bijna twee keer het landelijke gemiddelde en het hoogste van alle sectoren.

Europees is het verschil nog groter. De vacaturegraad in de Nederlandse bouw ligt op 7,4%, tegen 5,5% in Belgie, 3,9% in Duitsland, 2,8% in Frankrijk, 2,5% in Noorwegen, 2,3% in Zweden en 0,8% in Finland. Het EU-gemiddelde is 2,7%. De Nederlandse bouw is bijna drie keer zo krap als de Europese bouw gemiddeld.

Dat is niet toevallig. De vraag komt uit opgaven die niet meebewegen met de conjunctuur: woningbouw, verduurzaming en de vernieuwing van infrastructuur. Het EIB raamt dat er de komende jaren tienduizenden nieuwe arbeidskrachten nodig zijn in de sector, en dat het onderwijs daar maar een deel van kan leveren. De rest moet uit zij-instroom komen.

De zorg beweegt bijna niet

De zorg zat in 2022 al lager dan de bouw, met 4,4%, en staat nu op 4,3%. Ook dat is een sector waar de vraag niet daalt als de economie afkoelt, omdat de vraag uit demografie komt en niet uit orders.

Ook hier ligt Nederland hoog: 4,3% tegen 3,4% in Noorwegen, 3,3% in Frankrijk, 2,8% in Belgie, 2,4% in Duitsland, 1,3% in Zweden en 1,2% in Finland.

De regel erachter

Zet de sectoren op een rij en er ontstaat een patroon. Sectoren waar het werk kan worden uitgesteld, verplaatst of geautomatiseerd, koelden af. Sectoren waar dat niet kan, koelden niet af.

Een softwareproject kan een kwartaal wachten. Een verbouwing die al is begonnen niet. Een marketingcampagne kan naar het buitenland. Een operatie niet. Een deel van het administratieve werk kan door software worden overgenomen. Een dak niet.

Dat is waarom de afkoeling die je in de krant leest niet betekent dat werving makkelijker is geworden. Ze betekent dat werving makkelijker is geworden in de sectoren die het minst afhankelijk zijn van mensen.

Wat dit betekent voor bureaus

Voor een recruitmentbureau is dit de kern van de zaak. De vraag van een klant is niet of de markt krap is, maar of de markt van die klant krap is. Dat verschil is nu 3 procentpunt breed.

  • Noem de sectorgraad, niet de landelijke. Tegen een bouwbedrijf zeggen dat de markt afkoelt, is feitelijk onjuist voor hun markt. Tegen een softwarebedrijf zeggen dat de markt gloeiend heet is, ook.
  • Onderbouw urgentie met het cijfer dat niet daalde. In de bouw en de zorg is de vacaturegraad drie jaar lang vrijwel gelijk gebleven, ondanks een afkoelende economie. Dat is een sterker argument dan een piekcijfer uit 2022.
  • Zij-instroom is in deze sectoren geen noodgreep maar de hoofdroute. Het onderwijs levert structureel te weinig. Een bureau dat kandidaten uit aangrenzende vakgebieden kan aandragen, verkoopt de oplossing en niet alleen de zoekopdracht.
  • De energie-infrastructuur is een aparte vijver. De netbeheerders melden een staand tekort aan technici dat de komende jaren aanhoudt, uitgesplitst naar functie. Dat is vraag die vastligt in investeringsprogramma's en niet in orderboeken.

Wat dit betekent voor werkgevers

Als je in de bouw of de zorg werft, concurreer je niet met een afkoelende markt maar met dezelfde krapte als drie jaar geleden. Wachten tot het rustiger wordt is in deze twee sectoren geen strategie, want er is niets dat erop wijst dat het rustiger wordt.

Als je in ICT, handel of financiele dienstverlening werft, is er wel meer ruimte dan in 2022. Alleen zit die ruimte in het midden van loopbanen en niet aan de instroomkant, en de vacatures die overblijven zijn de moeilijkste.

Verantwoording

De vacaturegraden komen van Eurostat, dataset jvs_q_nace2, niet-seizoengecorrigeerd, sizeclas totaal. Vergeleken zijn het tweede kwartaal van 2022 en het tweede kwartaal van 2025, zodat seizoensinvloeden geen rol spelen. Denemarken rapporteert geen vacaturegraad aan Eurostat en ontbreekt daarom in de landenvergelijking.

De duiding per sector is gebaseerd op UWV-arbeidsmarktinformatie, de sectoranalyses van ING, de prognoses van het EIB voor de bouwarbeidsmarkt en de cijfers van Netbeheer Nederland over technici. De zorgcijfers sluiten aan op het AZW-programma.

KrapteSectorenBouwZorgITAlle markten