We use only the cookies needed to run the site and keep you signed in. No analytics, no advertising. Your answer covers anything optional we add later.

Cookie statement
IPMERC Research

Augustus 2026

Een op de 25 wisselt elk kwartaal van werkgever

In het tweede kwartaal van 2026 wisselden 320.000 werknemers van werkgever, 4,0% van het totaal. Op de piek van de krapte was het 5,3% per kwartaal.

Laatst bijgewerkt 31 augustus 2026

Samenvatting

Elk kwartaal beginnen honderdduizenden Nederlandse werknemers bij een andere werkgever. In het tweede kwartaal van 2026 waren het er 320.000, oftewel 4,0% van alle werknemers, ongeveer een op de 25. Sinds 2013 bewoog het kwartaalaandeel tussen 2,6% en 5,3%, en de piek uit de krapste jaren is volledig teruggelopen: het huidige tempo ligt vrijwel op het niveau van 2019. De stroom loopt door de flexibele schil: ruim zes op de tien wisselaars komen uit een flexibel contract, en 85% start na de overstap opnieuw in een flexibele arbeidsrelatie.

De arbeidsmarkt wordt meestal beschreven in standen: zoveel vacatures, zoveel werklozen, zoveel spanning. Dit rapport meet de stroom eronder: het aantal werknemers dat elk kwartaal bij een andere werkgever begint. Die stroom is groot, stabiel, en bepaalt hoeveel er in een kwartaal werkelijk te werven valt.

320.000 wisselingen in een kwartaal

In het tweede kwartaal van 2026 wisselden 320.000 werknemers van werkgever, 4,0% van alle werknemers. Ongeveer een op de 25. In de dertien en een half jaar die de reeks beslaat, kwam het kwartaalaandeel nooit buiten de band tussen 2,6% en 5,3%.

320.000werknemers wisselden in het tweede kwartaal van 2026 van werkgever
Tweede kwartaal 20132,6%
Tweede kwartaal 20163,3%
Tweede kwartaal 20193,9%
Tweede kwartaal 20224,7%
Tweede kwartaal 20253,8%
Tweede kwartaal 20264,0%
Aandeel werknemers dat van werkgever wisselde, steeds tweede kwartalen. CBS StatLine, tabel 85390NED, geraadpleegd op 31 augustus 2026.

Zelfs het traagste kwartaal in de reeks, het tweede kwartaal van 2013, in de nasleep van de eurocrisis, telde 181.000 wisselingen. Kalenderjaar 2025 telt er opgeteld ruim 1,2 miljoen.

Wie er wisselt

Het gemiddelde van 4,0% verbergt het grootste deel van het verhaal. Van de werknemers die voor hun overstap een flexibele arbeidsrelatie hadden, wisselde 7,8% in het tweede kwartaal van 2026. Van de werknemers met een vast contract 2,2%.

7,8%van de flexkrachten wisselde in het tweede kwartaal van 2026 van werkgever
Flexibel contract vooraf7,8%
Vast contract vooraf2,2%
15 tot 25 jaar8,5%
25 tot 45 jaar4,3%
45 tot 75 jaar1,6%
Aandeel wisselaars per groep, tweede kwartaal van 2026. CBS StatLine, tabel 85390NED.

Van de 320.000 wisselaars kwamen er 197.000 uit een flexibel contract, ruim zes op de tien, terwijl flexibele contracten 31% van alle werknemers uitmaken. Vrouwen wisselden iets vaker dan mannen, 4,3% tegen 3,7%. Leeftijd deelt de markt het scherpst: 8,5% van de werknemers van 15 tot 25 jaar wisselde in het kwartaal, tegen 1,6% van de werknemers van 45 tot 75 jaar.

Wisselen kost meestal het vaste contract

Wie van werkgever wisselt, begint bijna altijd opnieuw flexibel. Van de 320.000 wisselaars hadden er 273.000, oftewel 85%, direct na de overstap een flexibele arbeidsrelatie. Van de 123.000 wisselaars die uit een vast contract kwamen, stapten er hooguit 47.000 meteen weer een vast contract in.

Dat verklaart een groot deel van het verschil hierboven. Voor een vaste kracht heeft een overstap een prijs die niet in de salarisvergelijking zit: een contract voor onbepaalde tijd wordt ingeruild voor een tijdelijk contract bij een onbekende werkgever. In het tempo van 2,2% per kwartaal wisselt de gemiddelde vaste kracht ruwweg eens in de elf jaar.

De golf is voorbij

Op de piek van de krapte lag het tempo ruim een procentpunt hoger. In het derde kwartaal van 2021 wisselde 5,3% van de werknemers, het hoogste aandeel in de reeks. Het grootste aantal viel een jaar later: 404.000 wisselingen in het derde kwartaal van 2022.

Vergeleken per tweede kwartaal daalde het aandeel van 4,7% in 2022 naar 3,8% in 2025, en stabiliseerde het in 2026 op 4,0%. In die vier jaar groeide het aantal werknemers met 373.000, terwijl de kwartaalstroom aan wisselaars met 38.000 kromp.

Het huidige tempo is niet laag, het is normaal. Het tweede kwartaal van 2019 stond op 3,9%, tegen 4,0% nu. Wat er in 2021 en 2022 uitzag als een blijvend mobielere arbeidsmarkt, was een piek, en die is volledig teruggelopen naar de trend.

Binnen een jaar houdt de stroom een vast ritme. In elf van de dertien gemeten jaren viel het hoogste kwartaal in de tweede jaarhelft. De uitzonderingen zijn 2020 en 2023, waar het eerste kwartaal vooropliep.

Wat dit cijfer niet zegt

  • Werknemers zijn niet de beroepsbevolking. Zelfstandigen vallen buiten de tabel. "5% van de beroepsbevolking wisselt elk kwartaal" overdrijft daarmee twee keer: het cijfer gaat over werknemers, en het bewoog de afgelopen vier kwartalen tussen 3,8% en 4,1%.
  • De teller vergelijkt met drie maanden eerder. Wie toen geen werknemer was, omdat hij studeerde, werkloos was of als zelfstandige werkte, telt niet als wisselaar. De totale dynamiek op de arbeidsmarkt is dus groter dan dit cijfer.
  • Kwartalen optellen telt overstappen, geen personen. Wie twee keer in een jaar wisselt, telt twee keer mee in het jaartotaal.
  • Het zijn enquêtecijfers, uit de Enquête Beroepsbevolking, met een herziening in 2021 die vergelijkingen over die breuk heen beperkt.

Wat dit betekent

  • Het citeerbare cijfer. 4,0% van de werknemers wisselde in het tweede kwartaal van 2026 van werkgever, en 2025 telde ruim 1,2 miljoen wisselingen. Wie "5% van de beroepsbevolking per kwartaal" zegt, overdrijft op twee punten tegelijk.
  • De stroom loopt door de flexibele schil. Ruim zes op de tien wisselaars komen uit een flexibel contract. Wie werft onder vaste krachten, vist in een vijver waar 2,2% per kwartaal beweegt, geen 4%.
  • Een vast contract vooraf is een onderscheidend aanbod. 85% van de wisselaars begint opnieuw flexibel. De werkgever die zekerheid direct biedt, valt op bij precies de groep die het minst beweegt.
  • Een koelere markt legt de stroom niet stil. Het traagste kwartaal sinds 2013 telde nog altijd 181.000 wisselingen. Minder krapte betekent minder wisselaars, niet geen.
  • De tweede jaarhelft is het wisselseizoen. In elf van de dertien gemeten jaren viel de piek in het derde of vierde kwartaal.

Verantwoording

Alle cijfers komen uit CBS StatLine, tabel 85390NED, Werknemer; wisseling van werkgever, kwartaalcijfers van het eerste kwartaal van 2013 tot en met het tweede kwartaal van 2026, geraadpleegd op 31 augustus 2026, licentie CC BY 4.0. De tabel is gebaseerd op de Enquête Beroepsbevolking en telt personen van 15 tot 75 jaar; bewoners van instellingen vallen erbuiten. Een wisseling is vastgesteld als een verandering van werkkring ten opzichte van drie maanden eerder.

Vast betekent in deze tabel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een vast aantal uren. Flexibel is alles daarbuiten, van tijdelijke contracten tot oproep- en uitzendwerk. De aandelen in dit rapport zijn berekend uit de gepubliceerde aantallen maal duizend en kunnen daardoor een tiende procentpunt afwijken van afrondingen elders. Vergelijkingen door de tijd gebruiken steeds tweede kwartalen, zodat seizoenseffecten niet vertekenen.

Twee beperkingen horen erbij. De Enquête Beroepsbevolking is in 2021 herzien, waardoor cijfers vanaf 2021 niet zonder meer vergelijkbaar zijn met de jaren ervoor. CBS heeft de reeks tot en met 2020 op totaalniveau aangesloten, maar in uitsplitsingen kunnen verschillen blijven, en voor het eerste kwartaal van 2021 publiceert de tabel geen waarde. En de tabel dekt alleen werknemers: een vergelijkbare kwartaalreeks voor zelfstandigen of voor andere landen is hier niet opgenomen, dus de context in dit rapport is de Nederlandse reeks zelf.

MobiliteitWervingAlle markten

Bronnen

Open publicatie van IPMERC Research. Vrij te gebruiken met bronvermelding.

Bronnen en verantwoording