September 2026
De helft werkt weleens thuis
52,3% van de werkende Nederlanders werkte in 2025 gewoonlijk of soms vanuit huis, het hoogste aandeel van Europa. Het EU-gemiddelde is 23,0%.
Laatst bijgewerkt 31 augustus 2026
Samenvatting
Nederland is het thuiswerkland van Europa. In 2025 werkte 11,3% van de werkenden van 15 tot 64 jaar gewoonlijk vanuit huis en 41,0% soms, samen 52,3%. Zweden volgt op afstand met 44,5% en het EU-gemiddelde staat op 23,0%. Sinds 2021 is het totaal vrijwel stabiel, maar de samenstelling schoof: volledig thuiswerken zakte van 20,4% naar 11,3%, terwijl soms thuiswerken steeg van 33,5% naar 41,0%. Hybride won. Voor werving betekent dit dat de reisafstand van kandidaten in Nederland minder bepalend is dan waar ook in Europa.
Geen land in Europa werkt zo veel vanuit huis als Nederland. Dat is geen gevoel maar een meting, en de afstand tot de rest is groot. Dit rapport zet de cijfers op een rij en kijkt wat er sinds de pandemie van het thuiswerken is overgebleven.
De helft, en niemand komt in de buurt
In 2025 werkte 11,3% van de werkende Nederlanders van 15 tot 64 jaar gewoonlijk vanuit huis. Nog eens 41,0% deed dat soms. Samen is dat 52,3%: meer dan de helft van alle werkenden zit ten minste een deel van de tijd niet op een bedrijfslocatie.
Het EU-gemiddelde staat op 23,0%. Nederland zit daar ruim boven, en ook boven de noordelijke buren die traditioneel hoog scoren. Onderaan staan Italie met 8,2%, Bulgarije met 4,0% en Roemenie met 3,6%.
Hybride won van volledig thuis
Het totaal is sinds 2021 vrijwel stabiel: 53,9% toen, 52,3% nu. Daarbinnen schoof de samenstelling flink. Het aandeel dat gewoonlijk thuiswerkt, zakte van 20,4% in 2021 naar 11,3% in 2025. Het aandeel dat soms thuiswerkt, steeg van 33,5% naar 41,0%.
De terugkeer naar kantoor die werkgevers sinds 2022 aankondigden, is er dus gekomen, maar half. Werkenden gingen niet terug naar vijf dagen op locatie; ze gingen van volledig thuis naar deels thuis. Het hybride model is in Nederland de standaard geworden, niet de uitzondering.
Wat dit met werving doet
Voor werving is thuiswerken een afstandsmaat. Wie twee dagen per week thuiswerkt, accepteert een langere reis op de overige dagen. Elke procentpunt thuiswerk rekt daarmee het gebied op waarbinnen een vacature en een kandidaat elkaar kunnen vinden.
Dat werkt twee kanten op. De werkgever die thuiswerk aanbiedt, vist in een grotere vijver dan de concurrent die vijf dagen aanwezigheid eist. En de werkgever die het niet aanbiedt, concurreert in Nederland met de helft van de markt die het inmiddels gewend is.
Wat dit cijfer niet zegt
- "Soms" is een brede categorie. Wie een middag per maand thuiswerkt, telt even zwaar mee als wie drie dagen per week thuiswerkt. Het cijfer meet bereik, geen intensiteit.
- De reeks kent een breuk. De Europese arbeidskrachtenenquete is in 2021 herzien, dus vergelijkingen met 2019 lopen over die breuk heen. Voor de trend gebruikt dit rapport daarom alleen 2021 tot en met 2025.
- Het gaat om werkenden van 15 tot 64 jaar, niet om de hele beroepsbevolking, en de mogelijkheid tot thuiswerk verschilt sterk per beroep. Een landelijk gemiddelde zegt weinig over een bouwplaats of een operatiekamer.
Wat dit betekent
- Het citeerbare cijfer. 52,3% van de werkende Nederlanders werkte in 2025 weleens vanuit huis, tegen 23,0% gemiddeld in de EU. Nederland staat daarmee bovenaan in Europa.
- Hybride is de norm. Volledig thuiswerken halveerde bijna sinds 2021, soms thuiswerken groeide door. Wie vijf dagen aanwezigheid eist, wijkt af van de Nederlandse standaard.
- Reisafstand weegt lichter. Een vacature met twee thuiswerkdagen heeft een groter wervingsgebied dan dezelfde vacature zonder. Regionale krapte is daarmee deels een keuze.
- Vergelijk niet met Duitsland. De Duitse arbeidsmarkt werkt op 24,7% thuiswerk, minder dan half het Nederlandse niveau. Wat daar werkt in werving, vertaalt niet vanzelf hierheen.
Verantwoording
Alle cijfers komen uit Eurostat, dataset lfsa_ehomp, werkenden van 15 tot 64 jaar die gewoonlijk of soms vanuit huis werken, als percentage van alle werkenden, referentiejaar 2025 en voor de trend 2021 tot en met 2025, geraadpleegd op 1 september 2026, licentie CC BY 4.0.
De twee categorieen zijn opgeteld tot een totaal; Eurostat publiceert ze afzonderlijk. De landenvergelijking gebruikt 2025 voor alle landen. De arbeidskrachtenenquete is in 2021 herzien, waardoor cijfers van voor 2021 niet zonder meer vergelijkbaar zijn; het cijfer voor 2019, 37,1%, staat hier daarom alleen als context en niet als trendpunt. Wat ontbreekt: een uitsplitsing naar beroep, die voor de wervingspraktijk relevanter is dan het landelijke gemiddelde en die een vervolgrapport verdient.
Bronnen
- Eurostat (lfsa_ehomp), werken vanuit huis, CC BY 4.0
Open publicatie van IPMERC Research. Vrij te gebruiken met bronvermelding.