We use only the cookies needed to run the site and keep you signed in. No analytics, no advertising. Your answer covers anything optional we add later.

Cookie statement
IPMERC Research

September 2026

Even tevreden als de rest

IT'ers beslissen vaker zelf over hun werk dan wie ook behalve managers en verdienen 29% boven de mediaan, maar zijn in 2025 precies even tevreden als de gemiddelde werknemer en melden vaker burn-outklachten.

Gebaseerd op Peter van der Meer, Werk en welzijn, maakt werk gelukkig, University of Groningen Press, 2025

Laatst bijgewerkt 9 september 2026

Samenvatting

In 2025 is 78,7% van de werknemers in ICT-beroepen tevreden met het werk, tegen 78,6% van alle werknemers. In 2018 lag IT nog 4,4 punt voor. Dat gat is dicht, terwijl de voorsprong in vrijheid en loon bleef: 79,8% van de IT'ers beslist regelmatig zelf hoe ze hun werk doen, tegen 60,2% van alle werknemers, en het mediane uurloon is €34,80 tegen €26,90. Burn-outklachten lopen in IT juist voor, 24,1% tegen 20,7%. Dit rapport legt de cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden naast het model van arbeidseconoom Peter van der Meer, dat verklaart waarom geld en autonomie het welzijn in het werk niet alleen dragen, en wat dat betekent voor wie IT'ers werft.

Wie IT'ers zoekt, hoort steeds hetzelfde argument: de salariseisen zijn te hoog. Van de Nederlandse bedrijven die in 2024 ICT-specialisten wierven of probeerden te werven, noemde 38,9% te hoge salarisverwachtingen van kandidaten als reden dat vacatures moeilijk te vervullen waren. Het is de minst genoemde van de vier redenen die Eurostat uitvraagt, en toch de reden waar werkgevers het eerst op reageren, met een hoger bod.

De cijfers over wie zo'n baan al heeft, wijzen ergens anders heen. IT'ers verdienen ruim boven de mediaan en hebben meer vrijheid in hun werk dan vrijwel elke andere beroepsgroep. Toch zijn ze in 2025 precies even tevreden als de gemiddelde werknemer, en ze melden vaker burn-outklachten. Dit rapport laat zien hoe dat samenhangt. Het gebruikt daarvoor het werk van Peter van der Meer, die tot zijn pensioen in 2024 aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzocht wat werkenden gelukkig maakt.

Veel vrijheid, gewoon tevreden

De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van CBS en TNO vraagt werknemers elk jaar naar hun werkdruk, hun autonomie en hun tevredenheid. In 2025 zegt 79,8% van de werknemers in ICT-beroepen regelmatig zelf te beslissen hoe ze hun werk uitvoeren. Van alle werknemers zegt 60,2% dat. Alleen managers scoren hoger, met 84,9%. Ook over werktijden en werkplek beslissen IT'ers vaker zelf: 46,1% over de tijden, tegen 28,7% van alle werknemers, en 50,8% over de plek, tegen 25,0%.

De werkdruk is lager dan gemiddeld en daalt. In 2025 moet 21,2% van de IT'ers vaak of altijd erg snel werken, tegen 29,7% van alle werknemers. In 2014 was dat in IT nog 31,5%.

Het loon ligt er ruim boven. Het mediane uurloon in ICT-beroepen is in 2025 €34,80, tegen €26,90 voor alle werknemers, 29% meer. Van de dertien beroepsklassen verdienen alleen managers meer.

78,7%van de IT'ers is in 2025 tevreden met het werk, tegen 78,6% van alle werknemers
Regelmatig zelf beslissen hoe je je werk doet, IT79,8%
Regelmatig zelf beslissen hoe je je werk doet, alle werknemers60,2%
Zelf de werkplek bepalen, IT50,8%
Zelf de werkplek bepalen, alle werknemers25,0%
Vaak of altijd erg snel moeten werken, IT21,2%
Vaak of altijd erg snel moeten werken, alle werknemers29,7%
Burn-outklachten, IT24,1%
Burn-outklachten, alle werknemers20,7%
Werknemers van 15 tot 75 jaar, ICT-beroepen (beroepsklasse 08) tegenover alle beroepen, 2025. CBS StatLine, Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden, tabellen 84434NED en 84436NED, geraadpleegd op 9 september 2026.

En dan de tevredenheid. 78,7% van de IT'ers is tevreden of zeer tevreden met het werk. Van alle werknemers is dat 78,6%. Het verschil is nul, en het betrouwbaarheidsinterval van het IT-cijfer, 77,0% tot 80,2%, omsluit het landelijke cijfer ruim. Op tevredenheid met de arbeidsomstandigheden scoort IT wel hoger, 81,7% tegen 77,3%.

De voorsprong die verdween

Dat was anders. In 2018 was 81,0% van de IT'ers tevreden met het werk, tegen 76,6% van alle werknemers: een verschil van 4,4 punt, ver buiten de foutmarge. Sindsdien daalde de tevredenheid in IT met 2,3 punt, terwijl die onder alle werknemers met 2,0 punt steeg. De twee lijnen kwamen in 2022 bij elkaar en lopen sindsdien gelijk op.

4,4 puntvoorsprong van IT op alle werknemers in tevredenheid met het werk in 2018, tegen 0,1 punt in 2025
20142,6
20184,4
20201,6
20250,1
Verschil in procentpunten tussen het aandeel tevreden werknemers in ICT-beroepen en in alle beroepen. CBS StatLine, tabel 84434NED, geraadpleegd op 9 september 2026.

Burn-outklachten liepen in IT al voor en blijven voorlopen. In 2014 meldde 17,8% van de IT'ers psychische vermoeidheid door het werk, tegen 14,4% van alle werknemers. In 2025 is dat 24,1% tegen 20,7%. Beide groepen stegen precies 6,3 punt. Van de dertien beroepsklassen staat IT op de vierde plaats, achter de pedagogische beroepen, de creatieve beroepen en de restklasse, en boven zorg en welzijn met 23,9%.

Waarom geld en vrijheid niet genoeg zijn

Peter van der Meer bracht in 2025 vijftien jaar onderzoek naar werk en welzijn samen in het boek Werk en welzijn, maakt werk gelukkig, open toegankelijk uitgegeven door University of Groningen Press. Zijn kader is het model van Cassar en Meier, dat de opbrengst van werk splitst in een geldelijke en een niet-geldelijke beloning. Die tweede bestaat uit vier delen: autonomie, het gebruiken en ontwikkelen van competenties, verbondenheid met collega's, en de zinvolheid van het werk. De eerste drie komen uit de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan. Het vierde is de vraag of het werk ertoe doet voor anderen.

Zijn stelling is dat die vier minstens zo zwaar wegen als het loon, en dat ze elkaar niet zomaar vervangen. Twee van zijn bevindingen raken IT direct. Ten eerste lijken inkomen en zinvol werk substituten: hetzelfde niveau van welzijn in het werk is te halen met een zinvollere baan die minder betaalt, of met een beter betaalde baan die minder zinvol is. Ten tweede scoren ICT-beroepen laag op ervaren zinvolheid. In zijn rangorde van 44 beroepsgroepen, gebaseerd op de European Working Conditions Survey van 2015, staan ICT-specialisten op plaats 21, en in het International Social Survey Programme van datzelfde jaar op plaats 34. Verzorgenden, artsen en docenten staan bovenaan.

Lees de Nederlandse cijfers door dat model. IT'ers halen een hoog loon en veel autonomie binnen, twee van de vijf onderdelen. Daarmee kopen ze een tevredenheid die precies gemiddeld is. De andere drie onderdelen, competentie, verbondenheid en zinvolheid, moeten het verschil maken, en daar zit de ruimte die de meeste werkgevers nu laten liggen.

Van der Meer wijst ook op de rol van technologie. Hij zegt dat informatietechnologie de werkdruk eerder verhoogt dan verlaagt, in Nederland en elders in Europa, en dat thuiswerken uitnodigt tot meer uren en zo de psychische vermoeidheid opdrijft, ondanks de autonomie die het geeft. IT'ers werken vaker dan wie ook op een plek die ze zelf kiezen. Dat de burn-outklachten in IT boven het gemiddelde blijven terwijl de gemeten werkdruk daalt, past bij die lezing: de belasting zit niet in het tempo maar in de grenzen.

Wat hier tegenin gaat

  • IT is niet een groep. De 424.000 specialisten, software- en applicatieontwikkelaars, systeembeheerders en netwerkspecialisten, en systeemanalisten en ICT-adviseurs, zijn in 2025 voor 79,3% tevreden, beslissen voor 81,7% regelmatig zelf over het werk en verdienen mediaan €36,00 per uur. De 55.000 vakspecialisten, vooral gebruikersondersteuning, zitten op 72,4%, 61,3% en €25,10. Wie IT zegt, bedoelt meestal de eerste groep. De tweede lijkt meer op de gemiddelde werknemer, met minder vrijheid.
  • De tevredenheid van de kleine groep vakspecialisten heeft een breed interval, 66,4% tot 77,7%. Dat cijfer beweegt van jaar tot jaar meerdere punten zonder dat er iets hoeft te zijn veranderd.
  • De NEA verzamelt en verwerkt de gegevens sinds verslagjaar 2022 op enkele punten anders, en CBS zegt dat de cijfers vanaf 2022 mogelijk niet in alle gevallen vergelijkbaar zijn met die tot en met 2021. Het samenkomen van de twee tevredenheidslijnen valt precies op die breuk. De breuk geldt voor beide reeksen, maar niet per se in gelijke mate.
  • De rangorde van zinvolheid is Europees en uit 2015, niet Nederlands en niet van nu. Een Nederlandse meting van zinvolheid per beroep bestaat niet in StatLine.
  • De stijging van burn-outklachten is niet uniek voor IT. Alle werknemers stegen sinds 2014 evenveel, 6,3 punt. Wat IT onderscheidt is het niveau, niet het tempo.
  • Van der Meer is zelf voorzichtig over inkomen en zinvolheid. Hij zegt dat het onderzoek daarnaar nog in de kinderschoenen staat.
  • De enquête meet wat werknemers zeggen, niet wat ze doen. Tevredenheid is een oordeel, geen verloopcijfer.

Elf jaar op een rij

De periode 2014 tot en met 2025 laat drie bewegingen zien. Het aantal werknemers in ICT-beroepen verdubbelde bijna, van 253.000 naar 479.000. De loonvoorsprong op de mediaan slonk licht, van 35% in 2014 naar 29% in 2025. En het vertrouwen dat een andere baan makkelijk te vinden is, piekte in 2022 op 88,0% en zakte naar 82,2% in 2025, in lijn met de afkoeling die eerdere rapporten in deze bibliotheek beschreven. Alle werknemers zakten in dezelfde jaren van 80,6% naar 78,8%.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) concludeerde in januari 2020, in Het betere werk, dat 38% van de werkenden vaak of altijd snel moet werken, dat bijna de helft een gebrek aan autonomie ervaart en dat 17,5% in 2018 burn-outklachten had. De raad noemt autonomie een buffer tegen intensivering. IT is de beroepsklasse waar die buffer het dikst is, en toch de klasse met de vierde hoogste burn-outscore. De buffer werkt tegen tempo, niet tegen alles.

Buiten Nederland weegt het salarisargument zwaarder. Van de bedrijven die in 2024 ICT-specialisten wierven, noemde 54,3% in Duitsland de salarisverwachtingen als probleem, tegen 38,9% in Nederland, 39,8% in België en 41,9% in de EU. Moeilijk vervulbare vacatures meldde 72,4% van de Duitse wervers, 63,1% van de Nederlandse, 62,6% van de Belgische en 57,5% in de EU.

Wat dit betekent

  • Het citeerbare cijfer. IT'ers zijn in 2025 voor 78,7% tevreden met hun werk, alle werknemers voor 78,6%. In 2018 lag IT 4,4 punt voor.
  • Bieden op loon koopt geen tevredenheid. IT betaalt al 29% boven de mediaan. Wie een kandidaat wil binnenhalen of houden, wint zelden nog op het bod, wel op de vier niet-geldelijke onderdelen.
  • Autonomie is in IT geen onderscheidend aanbod meer. Vier op de vijf IT'ers hebben het al. Thuiswerken en vrije werktijden zijn de norm, geen argument.
  • Zinvolheid en ontwikkeling zijn de open plekken. Vertel in de vacature en in het gesprek voor wie het werk iets verandert, en wat iemand er leert. Van der Meer zegt dat scholingsbudgetten in Nederland elk jaar onderbenut blijven.
  • Let op de grenzen, niet op het tempo. De werkdruk in IT daalt en de burn-outklachten stijgen. Vraag bij een vertrek of een afwijzing naar uren en bereikbaarheid, niet alleen naar de werkdruk.
  • Onderscheid de twee IT's. Gebruikersondersteuning heeft minder vrijheid, minder loon en minder tevredenheid dan de specialisten. Daar werkt een gewoon beter aanbod nog wel.

Verantwoording

De Nederlandse cijfers komen uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van CBS en TNO, via CBS StatLine: tabel 84434NED (duurzame inzetbaarheid werknemers naar beroep) voor de tevredenheid met het werk en de arbeidsomstandigheden en de inschatting van baankansen, en tabel 84436NED (psychosociale arbeidsbelasting werknemers naar beroep) voor werkdruk, autonomie en psychische vermoeidheid door het werk. Beide lopen van 2014 tot en met 2025, zijn geraadpleegd op 9 september 2026 en vallen onder CC BY 4.0. De beroepsindeling is de BRC 2014. ICT-beroepen is beroepsklasse 08, met 081 specialisten ICT en 082 vakspecialisten ICT als onderdelen. Alle percentages zijn puntschattingen; waar het rapport een interval noemt, is dat het 95%-interval uit dezelfde tabel. Psychische vermoeidheid door het werk is het aandeel werknemers dat op vijf uitspraken over uitputting gemiddeld enkele keren per maand of vaker antwoordt, de definitie die CBS voor burn-outklachten hanteert. Autonomie is het aandeel dat regelmatig zelf beslist hoe het werk wordt uitgevoerd; werkdruk is het aandeel dat vaak of altijd erg snel moet werken.

De uurlonen komen uit CBS StatLine tabel 86355NED (werknemers, uurloon en beroep), mediaan per beroepsklasse, 2014 en 2025, geraadpleegd op 9 september 2026, CC BY 4.0. De loonvoorsprong is de mediaan van ICT-beroepen gedeeld door de mediaan van alle werknemers.

De wervingscijfers komen uit Eurostat, dataset isoc_ske_itrcrn2, bedrijven met tien of meer werkzame personen, alle bedrijfstakken behalve de financiële sector (C10 tot en met S951, zonder K), verslagjaar 2024, CC BY 4.0. De redenen zijn uitgedrukt als percentage van de bedrijven die ICT-specialisten wierven of probeerden te werven.

Het model komt uit Peter van der Meer, Werk en welzijn, maakt werk gelukkig, University of Groningen Press, 2025, open toegankelijk onder CC BY-NC-ND 4.0, DOI 10.21827/683d9e5f545df. Die licentie staat citeren en samenvatten toe, geen bewerking en geen overname van tekst of figuren; alles hier staat in eigen woorden. De rangorde van zinvolheid is bijlage 3 van dat boek, die de European Working Conditions Survey 2015 en het International Social Survey Programme 2015 samenvat. Die twee bronbestanden zijn voor dit rapport niet zelf gelezen. Het model van Cassar en Meier, de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan en het werk van Layard en De Neve over welzijnsbeleid zijn gelezen zoals Van der Meer ze weergeeft, niet in de oorspronkelijke publicaties.

Het rapport Het betere werk van de WRR (rapport 102, 15 januari 2020) is gelezen in de samenvatting. De WRR noemt 38% van de werkenden die vaak of altijd snel moet werken en 17,5% met burn-outklachten in 2018. StatLine geeft voor werknemers in 2018 respectievelijk 36,4% en 17,3%. Het verschil komt door de populatie, werkenden inclusief zelfstandigen tegenover werknemers, en mogelijk door latere herzieningen. Beide cijfers staan hier naast elkaar. De WRR publiceert geen hergebruiklicentie; het rapport is geciteerd, niet overgenomen.

WervingSalarisIT