September 2026
Nederland zit onderin op STEM
Van de werkende Nederlanders heeft 9,0% een diploma in beta, techniek of ICT, tegen 11,1% gemiddeld in de EU en 12,3% in Duitsland. Nederland staat 22e van 30 landen.
Laatst bijgewerkt 31 augustus 2026
Samenvatting
De Nederlandse economie draait op technologie, maar de werkende bevolking is er dun mee opgeleid. In 2025 had 9,0% van de werkenden een afgeronde opleiding in de STEM-richtingen beta, techniek of ICT, tegen 11,1% gemiddeld in de EU. Nederland staat daarmee 22e van de 30 gemeten landen; Litouwen voert de lijst aan met 15,1%. De voorraad groeit wel, van 748.700 werkenden in 2021 naar 869.500 in 2025, een stijging van 16%. Van hen werkt 65% als vakspecialist en zo'n 12% buiten de kennisberoepen.
De bibliotheek liet eerder zien dat het aantal Nederlandse ICT-afgestudeerden bijna verdrievoudigde en de krapte bleef. Dit rapport meet de andere kant: niet de jaarlijkse instroom, maar de voorraad. Hoeveel werkenden hebben een technisch of exact diploma, en hoe verhoudt zich dat tot de rest van Europa?
Onderin de Europese ranglijst
In 2025 had 9,0% van de werkende Nederlanders een afgeronde hogere opleiding in een STEM-richting: beta, wiskunde, ICT of techniek. Het EU-gemiddelde is 11,1%.
Van de 30 gemeten landen staat Nederland 22e. Boven Nederland staan niet alleen de usual suspects Zweden en Finland, maar ook Spanje, Frankrijk, Polen en Bulgarije. Onder Nederland staan vooral Zuid- en Midden-Europese landen, met Italie op 6,4%.
De voorraad groeit, de achterstand blijft
In absolute aantallen groeit de Nederlandse voorraad stevig: van 748.700 werkenden met een STEM-diploma in 2021 naar 869.500 in 2025, een stijging van 16% in vier jaar. Dat spoort met de gestegen instroom uit het onderwijs die de bibliotheek eerder beschreef.
Toch blijft het aandeel laag, want de hele werkende bevolking groeide mee en de andere landen zaten niet stil. De structurele conclusie uit het afgestudeerdenrapport wordt hier dus zichtbaar in de voorraad: Nederland leidt relatief weinig mensen technisch op, en dat is geen momentopname maar een kenmerk van de arbeidsmarkt.
Waar de STEM-opgeleiden werken
De besteding van de schaarse voorraad is zelf een cijfer waard. Van de 869.500 werkenden met een STEM-diploma in 2025:
- werken er 563.600 als vakspecialist, 65% van het totaal
- werken er 114.800 als technicus of ondersteunend specialist
- werken er 85.000 als manager
- werken er 106.100, zo'n 12%, in administratieve, dienstverlenende, ambachtelijke of elementaire beroepen
Die laatste groep is de opvallendste: ruim honderdduizend technisch opgeleiden werken buiten de kennisberoepen. Een deel daarvan is vrijwillige loopbaankeuze, maar in een markt met 195 officiele tekortberoepen is het ook een stille reserve die al in Nederland woont en werkt.
Wat dit cijfer niet zegt
- STEM is breder dan het Nederlandse woord techniek. De definitie telt ook wiskunde, natuurwetenschappen en bouwgerelateerde opleidingen mee. Wie alleen ICT of alleen installatietechniek bedoelt, moet smaller meten.
- De teller telt diploma's, geen vaardigheden. Wie zonder exact diploma programmeert, valt erbuiten; wie met een natuurkundediploma in de verkoop werkt, telt mee.
- De reeks begint pas in 2021, dus een lange trend bestaat nog niet. En IJsland rapporteert voor 2025 een waarde van 1,95% die naast alle buurlanden op een breuk wijst; het is daarom buiten de vergelijking gelaten in plaats van geciteerd.
Wat dit betekent
- Het citeerbare cijfer. 9,0% van de werkende Nederlanders heeft een STEM-diploma, tegen 11,1% in de EU en 12,3% in Duitsland. Nederland staat 22e van 30.
- De krapte in techniek is een voorraadprobleem. Niet alleen de jaarlijkse instroom is bescheiden; de hele opgeleide basis is dun. Dit verandert in jaren, niet in kwartalen.
- De stille reserve woont hier al. Ruim 100.000 STEM-opgeleiden werken buiten de kennisberoepen. Terugwinnen uit die groep is sneller dan opleiden en dichterbij dan internationale werving.
- Duitse maatstaven passen niet. De Duitse arbeidsmarkt heeft naar verhouding ruim een derde meer STEM-opgeleiden. Wervingsstrategieen die daar werken, rekenen op een voorraad die hier niet bestaat.
Verantwoording
De cijfers komen uit Eurostat, dataset hrst_stem_occ, werkenden van 15 tot 74 jaar met een afgeronde tertiaire opleiding in de STEM-richtingen natuurwetenschappen en wiskunde, ICT, en techniek inclusief productie en bouw, uitgesplitst naar beroepsgroep volgens ISCO 2008, referentiejaren 2021 tot en met 2025, geraadpleegd op 1 september 2026, licentie CC BY 4.0.
De aandelen zijn de door Eurostat gepubliceerde percentages. Ter controle hebben we ze nagerekend als aantal STEM-opgeleide werkenden gedeeld door alle werkenden van 15 tot 74 jaar uit dataset lfsa_egan; dat reproduceert de gepubliceerde aandelen binnen ongeveer 0,15 procentpunt voor elk land, dus het cijfer laat zich lezen als aandeel van de werkenden. De ranglijst telt 30 landen met een waarde voor 2025; IJsland is daarbinnen als vermoedelijke reeksbreuk genoemd en niet als laagste genoteerd. De uitsplitsing naar beroep telt door afronding niet altijd exact op tot het totaal.
Bronnen
- Eurostat (hrst_stem_occ), werkenden met een STEM-diploma naar beroep, CC BY 4.0
- Eurostat (lfsa_egan), werkzame personen, CC BY 4.0
Open publicatie van IPMERC Research. Vrij te gebruiken met bronvermelding.