September 2026
Ook 2035 vraagt vooral vervanging
Van alle Nederlandse baanopeningen tot 2035 komt volgens de Europese raming 68% uit vervanging, niet uit groei. En 72% vraagt een hoge kwalificatie.
Laatst bijgewerkt 31 augustus 2026
Samenvatting
De Europese vooruitblik op de Nederlandse arbeidsmarkt tot 2035 bevestigt wat de vervangingscijfers al lieten zien, en rekt het door naar het volgende decennium. Van alle verwachte baanopeningen tussen 2022 en 2035 komt 68% voort uit vervanging van vertrekkende werkenden; bij technici en ondersteunende specialisten zelfs 91%. Vakspecialisten nemen 44% van alle openingen voor hun rekening en 72% van de openingen vraagt een hoge kwalificatie, zo'n 12 punten boven het EU-gemiddelde. De beroepsbevolking van 55-plus groeit hier met 16% tot 2035, tegen krap 10% in de EU.
Ramingen tot 2035 zijn geen metingen, maar ze dwingen tot een antwoord op een vraag die kwartaalcijfers ontwijken: waar komt het werk van het volgende decennium vandaan? Voor Nederland heeft het Europese kenniscentrum voor beroepsonderwijs die som gemaakt. Dit rapport leest de Nederlandse editie van 2025.
Openingen komen uit vertrek, niet uit groei
De kern van de raming: de Nederlandse werkgelegenheid groeit tot 2035 licht, iets langzamer zelfs dan het EU-gemiddelde. De baanopeningen komen dus vrijwel niet uit nieuwe banen.
Van alle verwachte openingen tussen 2022 en 2035 is 68% vervangingsvraag: mensen die met pensioen gaan of hun beroep verlaten en vervangen moeten worden. Bij technici en ondersteunende specialisten is dat aandeel 91%: daar is werving het komende decennium bijna volledig een vervangingsopgave.
De demografie erachter is scherper dan het EU-gemiddelde. De Nederlandse beroepsbevolking van 55 jaar en ouder groeit tussen 2020 en 2035 met 16%, tegen krap 10% in de EU. De vergrijzing van de werkvloer is hier dus geen aflopende golf maar een die nog aanzwelt.
Waar de openingen vallen
De raming verdeelt de openingen ook over beroepen en sectoren:
- Vakspecialisten nemen 44% van alle baanopeningen voor hun rekening, veruit het grootste blok.
- Zelfs in krimpende of stabiele beroepsgroepen blijven openingen bestaan: administratief werk en elementaire beroepen tellen samen nog altijd 16% van de openingen, vrijwel volledig uit vervanging.
- Per sector groeien zakelijke en overige dienstverlening het hardst, rond 1% per jaar, gevolgd door de bouw met 0,7%. De zorg, goed voor 16% van de werkgelegenheid, groeit rond 1% per jaar door de vergrijzende bevolking. De detailhandel, ook 16% van de werkgelegenheid, krimpt.
De kwalificatielat gaat omhoog
Van de Nederlandse baanopeningen tot 2035 vraagt 72% een hoge kwalificatie, ongeveer 12 punten boven het EU-gemiddelde. De raming verwacht dat het aanbod meegroeit: het hoogopgeleide deel van de beroepsbevolking stijgt van 42% naar 55% in 2035, het middelbaar opgeleide deel zakt van 40% naar 36% en het laagopgeleide deel halveert bijna, van 18% naar 9%.
Dat verschuift de krapte, maar lost haar niet op. Als 72% van de vraag hoog gekwalificeerd is en 55% van het aanbod, blijft de spanning aan de bovenkant zitten, precies waar de tekortenlijsten van vandaag al staan.
Wat een raming niet is
- Dit zijn modeluitkomsten onder aannames over groei, demografie en beleid, geen metingen. De cijfers verdienen het woord verwacht bij elke herhaling.
- De Nederlandse editie is de raming van 2025; het centrum publiceerde in 2026 een nieuwe ronde met een verdiepte vervangingsanalyse. De richting van beide is gelijk, de decimalen niet per se.
- De raming spreekt over kwalificatieniveaus, niet over vakrichtingen. Dat 72% hoog gekwalificeerd moet zijn, zegt nog niet in wat.
- Waar deze Europese raming en de Nederlandse ROA-prognose verschillen, horen beide genoemd te worden. Dit rapport leunt op de Europese; de Nederlandse pendant staat in het eerdere rapport over de vervangingsvraag.
Wat dit betekent
- Het citeerbare cijfer. 68% van de Nederlandse baanopeningen tot 2035 is vervanging, en bij technici 91%. Groei is de uitzondering, vertrek is de regel.
- Werving wordt structureel, niet conjunctureel. Een vraag die uit vertrek komt, beweegt niet mee met de economie. Wachten op rustiger tijden helpt een vervangingsmarkt niet.
- De bovenkant blijft de knel. 72% van de openingen vraagt een hoge kwalificatie. De concurrentie om hoogopgeleiden is geen fase maar het speelveld van het komende decennium.
- Ook krimpberoepen blijven werven. Administratief en elementair werk levert samen nog 16% van de openingen. Een krimpende beroepsgroep is geen lege vacaturemarkt.
Verantwoording
Alle cijfers komen uit de landenrapportage Netherlands: 2025 skills forecast van Cedefop, het Europese kenniscentrum voor beroepsonderwijs, en het bijbehorende ramingsinstrument, geraadpleegd op 1 september 2026. De publicatie valt onder het auteursrecht van Cedefop en is hier samengevat en herschreven, niet overgenomen.
De raming is een macro-economische modelprojectie per land, sector, beroepsgroep en kwalificatieniveau, met 2022 als basisjaar voor de openingenberekening en een horizon tot 2035. Baanopeningen zijn de som van uitbreidingsvraag en vervangingsvraag. De aandelen in dit rapport, 68%, 91%, 44% en 72%, zijn de gepubliceerde ramingsuitkomsten voor Nederland en dragen de onzekerheid van elke projectie; ze zijn hier steeds als verwachting geformuleerd. In 2026 verscheen een nieuwe ramingsronde met een aparte vervangingsanalyse; die is hier genoemd maar niet verwerkt, zodat alle cijfers uit een editie komen.
Bronnen
Open publicatie van IPMERC Research. Vrij te gebruiken met bronvermelding.