September 2026
Vierenveertig jaar werken
Een Nederlandse vijftienjarige kan rekenen op 44,0 jaar werkzaam leven, het langste van de EU. Het EU-gemiddelde is 37,5 jaar, en in 2000 stond Nederland zelf nog op 35,5.
Laatst bijgewerkt 31 augustus 2026
Samenvatting
Nergens in de EU duurt het arbeidsleven zo lang als in Nederland: 44,0 verwachte jaren in 2025, tegen 43,4 in Zweden en 37,5 gemiddeld in de EU. Opvallender is het tempo waarin dat gebeurde. In 2000 stond Nederland nog op 35,5 jaar; er kwamen dus 8,5 jaar bij in 25 jaar, vooral door de arbeidsdeelname van vrouwen en het latere pensioen. Voor de vervangingsvraag is dit het zachtste kussen dat er is: mensen werken langer door. Maar het kussen is grotendeels opgebruikt, want veel verder oprekken kan een arbeidsleven nauwelijks.
Hoe lang werkt een mens? Eurostat rekent het elk jaar uit: het aantal jaren dat een vijftienjarige naar verwachting actief zal zijn op de arbeidsmarkt, als de huidige deelname per leeftijd blijft gelden. Nederland staat bovenaan, en de weg daarheen zegt meer dan de ranglijst.
De langste van Europa
Een Nederlandse vijftienjarige kan in 2025 rekenen op 44,0 jaar werkzaam leven. Zweden volgt met 43,4 jaar, Denemarken met 42,6. Het EU-gemiddelde is 37,5 jaar.
Het verschil met het EU-gemiddelde is 6,5 jaar. Dat is geen detail: het scheelt per persoon meer dan een zesde arbeidsleven.
Er kwamen 8,5 jaar bij in 25 jaar
In 2000 stond Nederland op 35,5 jaar, rond het Europese midden van toen. In 2015 was het 39,9, in 2025 is het 44,0. Er kwam in een kwart eeuw 8,5 jaar arbeidsleven bij, en Nederland klom van de middenmoot naar de eerste plaats.
De motoren zijn bekend. De arbeidsdeelname van vrouwen steeg door, de pensioenleeftijd schoof op met de levensverwachting, en vervroegd uittreden werd van regel uitzondering. Elk van die bewegingen rekte het werkzame leven op, en samen deden ze dat sneller dan waar ook in de EU.
Het stille antwoord op de vervangingsvraag
De bibliotheek liet eerder zien dat 19,9% van de Nederlandse werkenden 55 tot 64 jaar oud is en dat vacatures vooral ontstaan doordat mensen vertrekken, niet doordat banen bijkomen. Het verlengde arbeidsleven is het stille antwoord dat de markt daar al 25 jaar op geeft: de uitstroom naar pensioen is telkens opgeschoven.
Daar zit ook de grens. Wie al op 44,0 jaar zit, haalt er niet nog eens 8,5 jaar bij. De rek die de afgelopen kwart eeuw de vergrijzing dempte, is grotendeels benut. De vervangingsvraag die nu komt, moet uit werving komen, niet uit langer doorwerken.
Wat dit cijfer niet zegt
- Het is een modelverwachting, geen waarneming van een echte generatie. Het cijfer zegt: als de huidige deelname per leeftijd blijft gelden, werkt een vijftienjarige zo lang. Beleid en conjunctuur schuiven dat beeld.
- Jaren zijn geen uren. Nederland combineert het langste arbeidsleven van de EU met veel deeltijd, zoals de bibliotheek in het rapport over de urenreserve liet zien. In gewerkte uren per leven is de voorsprong kleiner dan in jaren.
- Het cijfer telt arbeidsmarktdeelname, dus ook periodes van werkloosheid tussen banen in.
Wat dit betekent
- Het citeerbare cijfer. 44,0 verwachte jaren arbeidsleven in 2025, het langste van de EU, tegen 37,5 gemiddeld. In 2000 was het hier nog 35,5.
- De rek is eruit. Wat langer doorwerken kon opvangen, is grotendeels opgevangen. De volgende ronde vergrijzing wordt niet gedempt door nog langer doorwerken.
- De oudere kandidaat is de norm geworden. In een markt waar het arbeidsleven 44 jaar duurt, is een kandidaat van 55 geen uitzondering aan het einde, maar iemand met nog bijna een decennium te gaan.
- Uren zijn de open flank. Wie het arbeidsaanbod nog wil vergroten, vindt meer ruimte in de urenreserve dan in extra jaren.
Verantwoording
Alle cijfers komen uit Eurostat, dataset lfsi_dwl_a, verwachte duur van het arbeidsleven in jaren, referentiejaren 2000, 2015 en 2025, geraadpleegd op 1 september 2026, licentie CC BY 4.0.
De indicator is een modelberekening: de verwachte duur van arbeidsmarktdeelname van een vijftienjarige bij de deelnamecijfers per leeftijd van het peiljaar. Het is nadrukkelijk geen cohortmeting; niemand is 44 jaar gevolgd. De vergelijking door de tijd gebruikt dezelfde methode voor elk peiljaar. De kanttekening over deeltijd steunt op het eerdere rapport over de urenreserve in deze bibliotheek en is daar onderbouwd; dit rapport voegt daar geen nieuwe urencijfers aan toe.
Bronnen
Open publicatie van IPMERC Research. Vrij te gebruiken met bronvermelding.