In het vierde kwartaal van 2024 waren van de 93 beoordeelde beroepsgroepen er 34 krap en 56 zeer krap; 2 waren gemiddeld en 1 was ruim. Voor 32 van de 112 groepen voorspelt het ROA verdere verkrapping tot 2030. Wat die groepen onderscheidt is zelden banengroei en meestal vertrek: gemiddeld moet 2,8% van de werkenden per jaar worden vervangen, bij slagers 8,1%, de hoogste van alle beroepsgroepen, en bij adviseurs marketing, public relations en sales 1,1%. Slagers kennen vrijwel geen banengroei en blijven toch krap; de adviseurs worden iets minder krap. Vertegenwoordigers en inkopers krimpen met 1.900 werkenden en blijven niettemin aan de krappe kant. De drie beoordeelde ICT-groepen, samen 518.400 werkenden, waren eind 2024 alle zeer krap en worden tot 2030 alle iets minder krap; bij gebruikersondersteuning ict was dat in het derde kwartaal van 2025 al zichtbaar. Bij vijf technische beroepsgroepen is de voorspelde afkoeling in dat kwartaal juist nog niet terug te zien in de Spanningsindicator.
Techniek
2 papers
Techniek: van netbeheerders tot monteurs.
De Nederlandse economie draait op technologie, maar de werkende bevolking is er dun mee opgeleid. In 2025 had 9,0% van de werkenden een afgeronde opleiding in de STEM-richtingen beta, techniek of ICT, tegen 11,1% gemiddeld in de EU. Nederland staat daarmee 22e van de 30 gemeten landen; Litouwen voert de lijst aan met 15,1%. De voorraad groeit wel, van 748.700 werkenden in 2021 naar 869.500 in 2025, een stijging van 16%. Van hen werkt 65% als vakspecialist en zo'n 12% buiten de kennisberoepen.