Nederland leverde in 2024 8.710 ICT-afgestudeerden af op bachelor- en masterniveau, tegen 3.101 in 2015. Een stijging van 181% in negen jaar, veel sneller dan de 28% groei van het totale aantal afgestudeerden. Toch bleef het aandeel bedrijven met moeilijk vervulbare IT-vacatures rond de 63%. Meer aanbod uit het onderwijs heeft de krapte dus niet opgelost, en dit rapport laat zien waarom.
Onderwijs
3 papers
De aanbodkant van elk tekort: afgestudeerden, scholing, en de jongeren die niet werken en niet leren.
De Nederlandse economie draait op technologie, maar de werkende bevolking is er dun mee opgeleid. In 2025 had 9,0% van de werkenden een afgeronde opleiding in de STEM-richtingen beta, techniek of ICT, tegen 11,1% gemiddeld in de EU. Nederland staat daarmee 22e van de 30 gemeten landen; Litouwen voert de lijst aan met 15,1%. De voorraad groeit wel, van 748.700 werkenden in 2021 naar 869.500 in 2025, een stijging van 16%. Van hen werkt 65% als vakspecialist en zo'n 12% buiten de kennisberoepen.
Elk plan dat rekent op het activeren van jongeren stuit in Nederland op een lege reserve. Van de 15- tot 29-jarigen was in 2025 5,3% niet aan het werk en niet in opleiding, het laagste aandeel van de EU; het gemiddelde is 11,0% en Zweden volgt op 5,9%. Binnen die kleine groep wil het grootste deel wel: 4,3 van de 5,3 procentpunt zegt te willen werken. De reserve is dus niet onwillig maar dun, en wie er toch uit wil werven, concurreert met heel Europa om het kleinste overschot van het continent.