We use only the cookies needed to run the site and keep you signed in. No analytics, no advertising. Your answer covers anything optional we add later.

Cookie statement
IPMERC Research

Mobiliteit

4 papers

Wie van baan wisselt, hoe vaak, en waar de werkenden die een markt erbij krijgt vandaan komen: baanwisselingen, tweede banen, thuiswerken en de uitstroom uit werkloosheid.

Elk kwartaal beginnen honderdduizenden Nederlandse werknemers bij een andere werkgever. In het tweede kwartaal van 2026 waren het er 320.000, oftewel 4,0% van alle werknemers, ongeveer een op de 25. Sinds 2013 bewoog het kwartaalaandeel tussen 2,6% en 5,3%, en de piek uit de krapste jaren is volledig teruggelopen: het huidige tempo ligt vrijwel op het niveau van 2019. De stroom loopt door de flexibele schil: ruim zes op de tien wisselaars komen uit een flexibel contract, en 85% start na de overstap opnieuw in een flexibele arbeidsrelatie.

De helft werkt weleens thuis

September 2026

5 min lezen

Nederland is het thuiswerkland van Europa. In 2025 werkte 11,3% van de werkenden van 15 tot 64 jaar gewoonlijk vanuit huis en 41,0% soms, samen 52,3%. Zweden volgt op afstand met 44,5% en het EU-gemiddelde staat op 23,0%. Sinds 2021 is het totaal vrijwel stabiel, maar de samenstelling schoof: volledig thuiswerken zakte van 20,4% naar 11,3%, terwijl soms thuiswerken steeg van 33,5% naar 41,0%. Hybride won. Voor werving betekent dit dat de reisafstand van kandidaten in Nederland minder bepalend is dan waar ook in Europa.

Werkloos, maar niet lang

September 2026

5 min lezen

Werkloosheid is in Nederland vooral een doorgangsfase. Over de vier kwartalen tot en met het eerste kwartaal van 2026 was gemiddeld 37,0% van de werklozen een kwartaal later aan het werk, ruim een op de drie. Het EU-gemiddelde staat op 23,1%, en alleen Denemarken zit met 39,2% hoger. Op de piek van de krapte lag de Nederlandse uitstroom nog hoger: 41,5% over dezelfde kwartalen in 2022 en 2023. De andere kant is klein maar groeit: het aandeel werkenden dat werkloos raakt, steeg in een jaar van 1,0% naar 1,4% per kwartaal.

Het land van de tweede baan

September 2026

5 min lezen

Nergens in de EU stapelen zo veel mensen banen als in Nederland. In 2025 hadden 983.000 werkenden van 15 tot 64 jaar een tweede baan, 10,4% van alle werkenden, tegen een EU-gemiddelde van 4,1%. Denemarken volgt op 9,7%, Duitsland staat op 5,1%. De verklaring ligt dicht bij de deeltijdstructuur: waar hoofdbanen klein zijn, is ruimte om te stapelen. Voor werving is de tweede baan een onderschat signaal: bijna een miljoen mensen laten zien dat ze meer uren kunnen en willen werken dan hun hoofdbaan biedt.