Van de 9,42 miljoen Nederlandse werkenden tussen 15 en 64 jaar zijn er 1,87 miljoen tussen 55 en 64: 19,9%. Zij verlaten de arbeidsmarkt binnen ongeveer tien jaar. Dat is geen conjunctuur en geen groeiscenario, het is een leeftijdsopbouw die al vaststaat. De vraag naar personeel die daaruit voortkomt bestaat ongeacht wat de economie doet, terwijl de instroom die haar zou moeten opvangen kleiner is dan de uitstroom.
Groei
6 papers
Waar werkgelegenheid, bedrijven en de vraag naar personeel groeien, en waar die groei vandaan komt.
De Nederlandse loonkostenindex ging tussen medio 2021 en medio 2025 van 113,1 naar 143,1, een stijging van 26,5%. Dat is meer dan Duitsland (23,1%) en bijna het dubbele van Frankrijk (14,1%). Toch noemt slechts 39% van de Nederlandse werkgevers de salarisverwachting van kandidaten als reden dat een IT-vacature moeilijk vervulbaar is, onder het EU-gemiddelde van 42%. Beide feiten samen betekenen dat meer betalen een matchingprobleem niet oplost.
Nederland leverde in 2024 8.710 ICT-afgestudeerden af op bachelor- en masterniveau, tegen 3.101 in 2015. Een stijging van 181% in negen jaar, veel sneller dan de 28% groei van het totale aantal afgestudeerden. Toch bleef het aandeel bedrijven met moeilijk vervulbare IT-vacatures rond de 63%. Meer aanbod uit het onderwijs heeft de krapte dus niet opgelost, en dit rapport laat zien waarom.
Krapte op de arbeidsmarkt is geen conjunctuurverschijnsel meer. De Nederlandsche Bank concludeerde in 2024 dat het arbeidsaanbod door vergrijzing tot 2040 vrijwel niet meer groeit. Als het aanbod niet meegroeit, past de vraag zich aan: bedrijven schalen werk af, verhogen de prijs of automatiseren. In de zakelijke dienstverlening gebeurt dat nu al. Kwantitatief is het gat bijna gedicht, kwalitatief is het groot.
Terwijl de IT-vacaturegraad sinds 2022 fors daalde, bleef het bedrijvenregister de andere kant op bewegen: van 92.620 ICT-bedrijven in 2021 naar 111.713 in 2024, een groei van 21% in drie jaar. De werkgelegenheid in de sector groeide mee naar 386.306 personen in 2023, 8% meer dan in 2021, bij minder dan vier personen per bedrijf. De sector is daarmee 3,8% van de Nederlandse werkgelegenheid, tegen 3,4% gemiddeld in de EU, en 5,3% van de toegevoegde waarde. De groei zit vooral in heel kleine bedrijven, en dat is de eigenlijke bevinding.
Zeven Nederlandse toezichthouders die sinds 2010 in dezelfde vorm bestaan, groeiden van 2.730 naar 4.772 fte, een toename van 75%. De Autoriteit Persoonsgegevens ging van 79 naar 312 fte, Staatstoezicht op de Mijnen van 57 naar 188, de Nederlandse Zorgautoriteit van 254 naar 521. De AFM groeide 70%, DNB 54%. Het Rijk als geheel telde eind 2025 160.016 fte tegen 114.328 eind 2010, een groei van 40,0%. De hele Nederlandse economie groeide in dezelfde periode 19,6% in arbeidsjaren. Binnen het Rijk groeide de werksoort inspectie tussen 2021 en 2025 met 33,5%, tegen 22,0% voor alle rijksmedewerkers. De groei komt uit nieuwe wettelijke taken: de AVG in 2018, online kansspelen in 2021, de Groningse aardbevingen, nieuw Europees financieel toezicht. Het kabinet-Jetten rekent op €1,4 mrd besparing op het apparaat in 2030. Het CPB telt daarvan €0,2 mrd mee en noemt de rest niet plausibel zolang geen taken vervallen. In 2025 stokte de groei al: de ACM kromp, de IGJ kromp, de NZa stond stil en het Rijk groeide nog 1,9%.